Direct naar inhoud

We hebben het geld. We hebben de mensen. We missen de wil.

Europa heeft het kapitaal, het talent en de diagnose voor AI-soevereiniteit. Wat ontbreekt is de wil om te bouwen in plaats van te vergaderen.

Nick Aldewereld
AIdigitale-soevereiniteitbeleidinfrastructuur

We hebben het geld, we hebben de mensen. Wat we missen is de wil. En dat kost mijn kinderen hun toekomst.

AI is geen hype. Het is een paradigmawissel, een herordening van hoe werk, kennis en macht georganiseerd worden. En Europa reageert erop zoals het op alles reageert: reguleren, consulteren, uitstellen. Vuur bestrijd je met vuur, niet met nog een verordening.

Het makkelijke antwoord is dat mensen het niet snappen. Dat antwoord is lui. Exponentiële ontwikkeling is voor vrijwel iedereen cognitief onnatuurlijk; de burger heeft geen interface met de curve. De werkelijke complacency zit een laag hoger, bij wie betaald wordt om vooruit te kijken.

De hypocrisie in één zin

Bernardo Kastrup, filosoof, ex-ASML-strateeg en oprichter van chipbedrijf Euclyd, zei het onlangs zonder omwegen over Europa’s positie in AI:

“Eerlijk gezegd hebben we ook het geld.”

Lees die zin nog eens. Het talent is er. De capaciteiten zijn er. Het kapitaal is er. En toch vloeit datzelfde Europese kapitaal, van pensioenfondsen tot institutionele beleggers en family offices, massaal naar Amerikaanse tech. We financieren onze eigen afhankelijkheid en noemen het rendement. We klagen over Big Tech op maandag en kopen de aandelen op dinsdag. Dát is de hypocrisie: niet dat we het geld niet hebben, maar dat we het liever aan het Amerikaanse grootkapitaal geven dan aan onze eigen bouwers. Dat patroon zag ik van dichtbij bij Solvinity: een Nederlands cloudbedrijf dat waarschuwde voor Amerikaanse afhankelijkheid en vervolgens zelf door een Amerikaanse gigant werd opgekocht.

Kastrup zegt er nog iets bij dat elke bestuurder zou moeten inlijsten. Blijven vertrouwen op buitenlandse hardware terwijl we over softwarekaders vergaderen is geen voorzichtigheid, het is zelfgenoegzaamheid. En zijn tijdslijn is geen dertig jaar. Europese AI-soevereiniteit in strategische domeinen is haalbaar vóór 2030. Als we kiezen.1

Rapport-Wennink: de diagnose ligt er. Waar blijft de behandeling?

Peter Wennink leverde in december 2025 op verzoek van het kabinet “De route naar toekomstige welvaart”, de Nederlandse Draghi. De conclusies zijn niet ambigu.

Nederland heeft de kennis, het kapitaal en de investeringsbereidheid, maar blokkeert zichzelf met trage besluitvorming, netcongestie en procedures. We hebben 1,5 tot 2 procent groei per jaar nodig om zorg, defensie, pensioenen en energietransitie te kunnen betalen; de ramingen blijven steken op 0,5 tot 0,9 procent. Europa bezit 5 procent van de mondiale rekencapaciteit. De Verenigde Staten 74 procent.2 In de woorden van het rapport zelf: “Nederland wil wel, maar het moet ook weer mogen.”3

Dat rapport ligt er nu ruim een half jaar. Ik zie symposia. Ik zie reflectiesessies. Ik zie werkgroepen. Wat ik niet zie: spades in de grond, mandaten, kapitaalallocatie. We hebben in dit land een cultuur ontwikkeld waarin het trekken van een conclusie het eindpunt is in plaats van het startschot. Praten is ons product geworden.

Groningen: symboolpolitiek met een prijskaartje

Kijk naar de AI-fabriek in Groningen. Tweehonderd miljoen euro totaal, supercomputer op volle kracht in 2027.4 Het kabinet noemt het “een keuze voor onafhankelijkheid”.2

Industrie-experts van Nvidia en Vertiv rekenden voor wat een échte AI-fabriek van 100 megawatt kost: circa zes miljard euro.5 Wij bouwen voor een dertigste daarvan en noemen het soevereiniteit. Tegen de tijd dat die machine draait, is de frontier drie generaties verder. Dit is geen infrastructuurbeleid. Dit is een lintje om door te knippen. Symboolpolitiek geeft het gevoel van handelen zonder de kosten van handelen. En het gevaarlijkste eraan is dat het de urgentie wegneemt: we doen toch al iets? Hoe groot Nederland wél durfde te denken, beschreef ik toen we SovereignAI Grid indienden voor de Europese Gigafactory-aanbesteding.

De rekensom die niemand wil maken

Hier wordt het persoonlijk, want dit gaat over het verdienvermogen van de volgende generatie. Over mijn kinderen, en die van u.

We voeren in Nederland graag debatten over herverdeling: erfbelasting, vermogensbelasting, basisinkomen. Legitieme debatten. Maar ze rusten allemaal op één aanname: dat er iets te verdelen vált. Wie een basisinkomen wil betalen, wie de verzorgingsstaat overeind wil houden bij vergrijzing, heeft eerst verdienvermogen nodig. En dat verdienvermogen wordt de komende tien jaar bepaald door wie de AI-infrastructuur bezit. Herverdelen zonder te bouwen is de erfenis opeten. Een meritocratie die wél de opbrengst wil belasten maar niet de fabriek wil bouwen, is geen meritocratie. Het is teren op de Marshall-generatie die dat wel deed.

Iedereen op de tribune van het WK begreep deze zomer de les die Den Haag maar niet leert: ploegen die alleen verdedigen, verliezen van ploegen die aanvallen. Je kunt de bal niet negentig minuten wegtikken en denken dat je wint. Europa speelt catenaccio in een toernooi dat op doelsaldo wordt beslist.

De bestuurscultuur die dit mogelijk maakt

Waarom komen we weg met deze passiviteit? Omdat we een decennium lang zijn geconditioneerd dat “juridisch houdbaar” hetzelfde is als “juist”. De cultuur van geen actieve herinnering heeft ons geleerd dat verantwoording een procedureel spel is dat je kunt winnen, niet een plicht die je draagt. Wie de verhoren van de corona-enquête volgt, ziet hetzelfde patroon: zorgvuldig voorbereide zelfrechtvaardiging waarin hoofdrolspelers hun beleid alsnog verkopen, terwijl de vragen die er werkelijk toe doen aan de oppervlakte blijven.

Dat is dezelfde ziekte als de AI-complacency. Een bestuurscultuur die fouten juridiseert in plaats van erkent, kan niet leren. En een systeem dat niet kan leren, kan niet bouwen, want bouwen betekent fouten maken. Fouten maken is geen fraude. Maar in Nederland behandelen we ondernemersrisico als verdachte gedraging en bestuurlijk falen als juridisch detail. Zolang dat zo blijft, wordt de middenklasse afgebroken door precies de laag die haar zou moeten beschermen: de ondernemer, de vakman, de bouwer.

Wat er moet gebeuren

Stop met rapporten stapelen. Wennink ligt er. Draghi ligt er. Kastrup heeft de route beschreven. De diagnose-fase is voorbij; elke nieuwe verkenning is uitstel in vermomming.

Alloceer kapitaal op schaal, niet op symbool. Geen 200 miljoen voor een fotomoment, maar miljarden via pensioenfondsen en institutioneel kapitaal richting Europese compute, chips en datacenters, met eigendomsmodellen die zeggenschap hier houden.

Behandel bouwers als bondgenoten. Vergunningen, netcapaciteit, aanbestedingsregels: alles wat Wennink “achterstallig onderhoud” noemt, is een keuze. Draai die keuze om.

Herstel de norm dat fouten maken mag en liegen niet. Zonder die omkering is elke transitie-agenda dood papier.

De vraag

De vraag aan iedere bestuurder, ieder ministerie, ieder pensioenfonds is simpel. Als het paradigma klopt, en de curve zegt van wel, wat van uw organisatie bestaat er in 2030 nog, en wie bezit dan de infrastructuur waarop de rest draait?

We hebben het geld. We hebben de mensen. Wat we niet hebben is een excuus.

Reacties welkom, vooral van wie het oneens is. En van wie wil bouwen in plaats van praten.


Footnotes

  1. Bernardo Kastrup (oprichter van chipbedrijf Euclyd, oud-ASML) tijdens AI Meet-Up XL 2026 op de High Tech Campus in Eindhoven. Letterlijk: “we have the skills, we have the capabilities in Europe, we have the people, frankly we have the money too. There is a lot of money in Europe.” En over de tijdslijn: “Europe can be largely strategically autonomous in AI hardware before 2030 … it requires will.” Volledige opname op YouTube. Zie ook IO+, “Bernardo Kastrup ziet voor Europa nog één kans in de AI-race” en zijn essay IAI, “Europe’s last hope in the AI race”.

  2. Rekencapaciteit: Europa circa 5 procent tegenover 74 procent in de Verenigde Staten, en de rijksbijdrage van ruim €200 miljoen aan de AI-fabriek als “keuze voor onafhankelijkheid”. Bron: Rijksoverheid, “Nederland zet in op €200 miljoen voor AI-fabriek in Groningen”. 2

  3. Rapport-Wennink, De route naar toekomstige welvaart (12 december 2025), opgesteld op verzoek van het kabinet. Bevat de benodigde groei van 1,5 tot 2 procent tegenover de raming, en de conclusie “Nederland wil wel, maar het moet ook weer mogen”. Bron: rapportwennink.nl (volledige pdf).

  4. De supercomputer van de Groningse AI-fabriek wordt eind 2027 verwacht. Bron: Security.NL en Techzine.

  5. Ordegrootte-referentie: NVIDIA becijfert een AI-fabriek van 1 gigawatt op circa 100 miljard dollar, waarvan grofweg de helft naar chips en systemen gaat (NVIDIA); Vertivs referentiearchitectuur voor deze fabrieken schaalt van 100 megawatt tot meerdere gigawatt (Vertiv). Een fabriek van 100 megawatt loopt daarmee in de miljarden.

Wilt u hierover sparren?

Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek en ontdek wat ik voor u kan betekenen.

Plan een gesprek →