Direct naar inhoud

Wat er staat als ik klaar ben

Ik verkoop geen uren en geen rapport. Hieronder staan vier toestanden die er zijn als het werk klaar is. Bij elk ervan staat welk stuk van mijn eigen infrastructuur bewijst dat ik het zo ook echt doe.

Wie waarbij mag, ligt vast en is te herleiden

Eén plek waar toegang wordt verleend en ingetrokken: single sign-on, meervoudige authenticatie, een toegangsmatrix die klopt met de werkelijkheid, en logging waarmee u achteraf kunt zien wie wat deed.

Ook onderdeel van dit resultaat: encryptie van data in rust en onderweg, patchbeheer tegen bekende kwetsbaarheden, en monitoring die afwijkingen signaleert.

Bewijs: De soevereine stack, in productie →

Uw herstel is getest, niet aangenomen

Back-up met offsite-replicatie. Op grotere implementatietrajecten hoort daar een herstel bij dat daadwerkelijk is uitgevoerd — met datum, doorlooptijd en uitkomst op papier. Een back-up waarvan nooit is teruggezet, is een aanname.

Ook onderdeel van dit resultaat: back-up met offsite-replicatie. Op grotere implementatietrajecten hoort daar een periodiek geteste restore-procedure bij.

Bewijs: Eigen rack, eigen hardware →

U kunt laten zien dát het werkt

Een dossier dat de werkende situatie beschrijft in plaats van de bedoelde: welke maatregel waar draait, wie ervoor tekent, welke leverancier eraan hangt en welke eisen u die leverancier hebt opgelegd.

Ook onderdeel van dit resultaat: de ketenbeveiligingseisen die u aan uw eigen leveranciers oplegt, en leveranciersregie op contracten en afspraken.

Bewijs: sovereign-nix →

Uw bestuur weet wat er van ze verwacht wordt

De Cyberbeveiligingswet legt de verantwoordelijkheid expliciet bij het bestuur en verplicht bestuurders tot scholing. Ik praat ze bij in hun eigen taal, met de beslissingen die zij moeten nemen als onderwerp.

Ook onderdeel van dit resultaat: een aparte bestuurssessie die de scholingsplicht uit de Cyberbeveiligingswet invult.

Bewijs: SAIG Academy →

Niet alleen mijn woord — dat van de toezichthouder

Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet in werking (Staatsblad 2026, 187). De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) — de toezichthouder belast met de handhaving — is expliciet geweest over wat dat in de praktijk betekent:

“Nee, het voldoen aan een eigen normenkader betekent niet dat een organisatie aan de zorgplicht voldoet.”

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

Diezelfde pagina geeft daar direct de kanttekening bij — en die hoort hier, want een citaat zonder zijn eigen nuance is een half verhaal:

“Een normenkader kan wel houvast geven bij het beheersen van de risico's van de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen.”

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), dezelfde pagina

“Ook mogen we ter plekke uw systemen inkijken.”

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

Voor wie

Deze vier resultaten zijn relevant voor organisaties die:

  • Onder de Cyberbeveiligingswet vallen en nog niet weten of hun maatregelen volstaan
  • Een normenkader of certificaat hebben, maar zich afvragen of dat genoeg is bij een controle
  • Leveranciers hebben waarvan onduidelijk is of ze aan de ketenbeveiligingseisen voldoen
  • Een bestuur hebben dat verantwoordelijk is voor goedkeuring en toezicht, maar geen technisch team heeft om dat in te vullen
  • Tussen de 50 en 250 medewerkers hebben en geen eigen CISO of IT-manager

Niet zeker welk resultaat u het eerst nodig heeft?

Geen probleem. In een vrijblijvend gesprek van 30 minuten breng ik uw situatie in kaart en bepalen we samen waar u het beste kunt beginnen.